|
Mijn fabelachtige dromen. |
|
|
Engelen droom.
Ik had nooit echt iets met engelen totdat ik kennis maakte met mijn goeie vriendin Sanne. Ze vertelde me dat ze er best veel troost aan had soms en ik ben maar eens gaan lezen erover. Nou moet ik zeggen dat de kerkelijke verbinding met engelen tot op dat moment bepalend was voor mijn gedachten over dat onderwerp, dus dat was min of meer voor mij niet weg gelegd. Kerk en ik gaan niet samen ben ik bang. Op een avond, na weer wat gelezen te hebben ga ik naar bed met de gedachte “laat me maar zien hoe ik met jullie moet omgaan, of jullie bestaan”.
Deze droom was het gevolg van die gedachte.....
Ik lig te slapen in mijn droom en er staat een gedaante naast me die me wekt. Een mooie meneer, donker, iets langer krullend haar gekleed in een smetteloos wit hemd en zwarte broek staat naast me. Ik schrik niet want dit gebeurt me wel vaker, alleen dat de man zo duidelijk tegen me praat ben ik niet gewend. Normaal gesproken is dat wat aan de onduidelijke kant. Ik vraag hem wat we gaan doen als hij zegt dat hij me meeneemt, en hij zegt geduldig “je ziet het zo wel”. Een ogenblik later zie ik dat we over een gebergte vliegen, bedekt met sneeuw. Het valt me op dat ik het koud zou moeten hebben maar dat is niet het geval. Ik meld dat ook aan de meneer maar hij glimlacht alleen maar. Dan gaan we hoger, en hoger.. Door wat wolken heen lijkt het wel. In de verte zie ik een tempelachtig bouwwerk dat me sterk aan de Acropolis doet denken, maar het is lichter. De steensoort waarvan het gemaakt is, is heel licht. Lichtgevend lijkt het wel. We komen dichterbij en het volgende ogenblik staan we in die tempel. De steensoort blijkt het witste marmer te zijn dat ik ooit zag. Overal pilaren enorm groot met gouden randen overal, ook langs het plafond. Het is er heel helder en licht, aangenaam warm ook. Ik sta in het midden van de ruimte die heel wijds lijkt maar ook weer niet. Aan de kant waar ik een soort altaar zou plaatsen staat de meneer... Met schitterende grote witte vleugels die trots en verwelkomend uitgestrekt zijn. Hij lijkt heel groot, maar is toch ook weer gewoon het normale menselijke formaat zeg maar. Op mijn vraag wat dat voor plek is zegt hij “daar kom je wel achter mettertijd”. Ik zeg tegen hem dus jullie bestaan. “Ja wij bestaan, en we zijn er altijd. Overal waar we nodig zijn en hulp kunnen bieden”. Maar mijn kritische geest zegt natuurlijk tegen hem “hoe zit dat dan met de kerk??? Ik geloof niet in wat daar verkondigd wordt”. “Je zult daar een goede manier voor vinden om er mee om te gaan” vertelt hij me en ik ben tevreden met dat antwoord. Ik vraag nog of hij me terug brengt, maar die vraag is overbodig. Ik zie hem glimlachen en het volgende wat ik weet is dat ik in mijn bedje lig en wakker word. Ik lig een tijdje in het vage ochtendlicht te mijmeren over wat ik net gedroomd heb, het was zo echt, zo mooi. Zulke dromen wil ik wel vaker... wie niet.
Ik kan me heel goed vinden in de gedachte dat een engel een soort energie is die positief aangewend kan worden om dingen te laten veranderen. Dat het een menselijke vorm aan neemt in onze gedachten is meer door het feit dat de mens het als een soort van oervorm ziet. Het moet op een mens lijken anders snappen we het niet. Ook het kerkelijke is nog steeds niet aan de orde voor mij. Ze zijn er, of je ze engelen noemt of energieën is eigenlijk eender. Daar houden we het dan maar even op voor nu.
|